Zwolle  29 Mei 1890.

 

Geachte Moeder Broeders En Zusters,

 

Door dezen laat ik U weten, dat ik mij, dat ik mij noch in den besten welstand bevin, en hoop steeds, dat gij ook allen in die voorechten moocht deelen. Ik heb voor drie dagen een brief gehad, van hijken, en daar zat ook een brief in van broeder hendrik, daar was ik mee Op Schik, dat ik ook eens wist, hoe of het die daar ging en die Schrijft heel goed, en die schreef mij, dat dat was ook mee voor huis, Toen dacht ik  O Nu ben ik al echt (of eerst?) weer aan beurt, En moeder dat (of die?),  dat zal  noch wel zoo zijn, dat die  zal noch wel blij zijn, als die een brief  krijcht van mij, maar gij moet niet rekenen dat ik meer in Limburg ben,

Ik ben nu zoo kort bij U, dat ik zit bijna aan Uw pap potje, Dat moeder die kan hier goed eens bij mij komen, En bezien de Marechaussee Askes is

 

(Blad 2)

En Dan kan Johana met de kinderen wel mee komen, Want ik denk wel, dat Moeder en Johanna noch geen van beiden in de trein gezeten hebben, maar moeder zal wel zeggen wij zullen maar stilletjes, aan de koffie tafel blijven, Nu wat zal ik ook zeggen, Het kon ook eens gebeuren dat gij wat te veel gedronken had, dan moet ik U alle bij oppakken,

Nee blijf maar Stiekkum daar want anders krijg ik ook noch last met U, Nu van die gekheid niet meer, Nu heeft Hendrik geschreven, dat moeder was kwaad geweest met die centen van mij, En hendrik had haar ook noch centen gegeven, Ja dat dacht ik wel, dat is altijd zo geweest met moeder dat als zij centen kan halen, dan is er geen huis met te houden, Nu als wij met elkaar gezond blijven, dan zal ik op aanstaande mei, 91, U noch eens veel kwader maken maar ik moest nu zoo als ik U geschreven heb, te veel intrest (= rente, intérêts in het Frans) laten vallen         

 

(blad 3)

Dat ging zoo niet goed, Nu wat zal ik U dit keer ook al meer schrijven, Het heeft hier aardig gevroren, dat de aardappelen, zijn allemaal zwart, dat zal bij u ook wel zo zijn, dat is voor alle man scadelijk, Maar dat gebeurd allemaal al door Gods wil, daar moeten wij dan al weer met te vreden zijn,

Het is hier anders alle dagen even mooi weer, Met den eersten Julij moet hier de kazerne klaar zijn daar wordt het beter voor ons, om alles te doen, en te verrichten. Die komt hier dicht aan de beesten markt, de mooiste Villa uit zwolle, en een ieder voor zich krijcht een kamer voor zijn eigen, dat wij krijgen alle maal gedijnen voor de ramen en voor de bedden ieder een tafel en twee stoelen En daar bennen wij van plan om een eige manazie (= huishouden, le ménage in het Frans) te doen  dat is veel verdeeligger voor ons.  Dan huuren, wij een vrouw die ons het eten kookt.

 

Jantje Askers (dit staat verdwaald onder aan blad 3)

 

(Blad 4)

Dus ik heb U het een en ander geschreven en nu hoop ik dat gij deze letter (=brief, le lettre in het Frans) in gezondheid moocht ontvangen  En  Schrijft mij nu maar eens weer terug, wanneer gij het beste kunt, Ik heb ook naar Sleen geschreven, en naar Dalerveen naar Hijken en naar Emmen, Mij dunk zij zullen nu allemaal te vreden zijn.

 

En Zijt Nu allen Gegroet van de Marrechaussee Askes

 

Nu moet gij Schrijven, Aan H. Askes, Bij de Kon. Marrechaussee te Zwolle.

Niet Marrechausseez, die .z.  moet er niet achter.

 

Henderikus Askes

Geboren den 28 September In t Jaar 1867 ! In de Gemeente Zweeloo   

 

 

NB. Opm. Jans Askes d.d. 05-01-2011.

Broer Hendrik zat blijkbaar in Hijken. Was hij daar in dienst bij een boer of als timmerman?  

Johanna is waarschijnlijk Johanna Geugies, de vrouw van broer Jacob. Johanna had toen 2 kinderen (Trijntje van 14-09-1888 en Derk van 25-08-1889) 

De brief naar Sleen ging mogelijk naar zus Hillichje Heerspink-Askes , getrouwd in 1889.

Verder kunne er broers en/of zusters hebben gediend in Dalerveen, Hijken of Emmen.

Maar er kan ook sprake zijn van ooms en tantes aan de Hovingkant: 

Sleen: oom Albert en tante Jantje Nijs-Hoving en/of  oom Hendricus en tante Marregien Hoving-Heneveld

Emmen: oom Jan en tante Hillichje Nijmeijer-Hoving

Dalen: oom Johannes en tante Grietje Kiers-Hoving.